Zorgbeleid
Het schoolteam engageert zich om samen werk te maken van een zorgbeleid : dit impliceert planmatig overleg, coördinatie, gelijkgerichtheid, gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het schoolteam heeft in haar zorgbeleid aandacht voor twee componenten:
1. Een preventieve, meer structurele component. (aanbod op school opdat alle kinderen zich goed zouden voelen en alle kansen krijgen om te ontwikkelen).
2. Een remediërende component. (kinderen met problemen detecteren, analyseren en begeleiden)
Hiervoor is een voortdurende kritische reflectie en afstemming van het pedagogisch-didactisch aanbod op de noden en de mogelijkheden van de kinderen nodig.
De uitbouw van het zorgbeleid veronderstelt het uitbouwen van een geïntegreerde aanpak op drie niveaus :
1. zorginitiatieven op het niveau van de school, de scholengemeenschap
2. zorginitiatieven in functie van het ondersteunen van het handelen van de leerkrachten
3. zorginitiatieven in functie van het begeleiden van kinderen
Het zorgbeleid kenmerkt zich door een continuüm van zorginitiatieven waarbij diverse personen zijn betrokken, gaande van de klasleerkracht tot een zorgteam.
De klasleerkracht blijft de spilfiguur in de zorg voor elk kind van de klasgroep. Deze basisvisie is zeer sterk aanwezig op school. De klasleerkracht is samen met de ouders expert over het functioneren van het kind. De klasleerkracht remedieert in de eerste lijn (tijdens de structureel georganiseerde tijd: hoekenwerk met GOK-leerkracht en binnen de klaswerking). Pas als deze initiatieven onvoldoende resultaat hebben wordt er een hulpvraag gesteld aan het zorgteam. Tijdens het Multi-disciplinair overleg (MDO) wordt er nagegaan hoe er het best op de hulpvraag kan ingegaan worden. De klasleerkracht wordt ondersteund in het stellen van de hulpvraag door een aantal parameters. Als sommige leerlingen bepaalde normen niet halen (AVI-niveau’s, LVS-testen) worden deze leerlingen besproken op MDO, maar ook als de leerkracht bezorgdheden heeft die niet tot uiting komen in testen worden die besproken met het zorgteam.
Elementen van het Zorgbeleid:
Leerlingdossiers
De leerlingdosiers worden digitaal bijgehouden:
Wat komt in het leerlingdossier ?- relevante informatie.Dat betekent : informatie die van belang is voor het schools functioneren van het kind.
Leerlingvolgsysteem :
Zowel in de kleuter- als in de lagere afdeling werken we met een leerlingvolgsysteem. Dit is een manier van evalueren die over de jaren heen verdergezet wordt zodat de evolutie van de kinderen zeer goed kan nagegaan en bijgehouden worden.
kleuter
Het kleutervolgsysteem werd in oktober 2009 aangepast en bestaat uit een ruime observatie van de kleuterontwikkelingsdoelen.
lager
Het LVS bestaat uit een opvolging van:
- attitudes
- rapportresultaten- LVS = objectieve toetsen die twee maal per jaar afgenomen worden.- Leesniveau
Product- en procesanalyse
Op zowel methodegebonden toetsen als LVS volgt een product- als procesanalyse.Niet alleen de resultaten worden geregistreerd maar een foutenanalyse leidt tot een goede remediëring. (zie ook mediatheek en remediëring)Naast de objectieve resultaten wordt er ook geobserveerd :taakspanning, aandacht en concentratie, welbevinden, inzet, sociale zaken, … kunnen belangrijke invloeden hebben op het leerproces.
MDO
MDO staat voor Multi-disciplinair overleg.Dit overleg wordt twee- à driemaal per jaar gehouden.
Alle leerlingen worden besproken met de zorgcoördinator en de leerkracht. De directie, de ouders en het CLB kunnen partners zijn in het overleg.
Indien er bij een kind moeilijkheden worden vastgesteld, wordt dit aan de ouders gemeld.
Stappenplan zorgbreed werken :
Klasintern
De leerkracht volgt alle leerlingen op. Naast de toetsresultaten en de analyses hiervan, de resultaten van het dagelijks werk, de prestaties van elke dag zijn de observaties ook zeer belangrijk.De leerkracht observeert de attitudes en heeft aandacht voor betrokkenheid en welbevinden.De leerkracht handelt volgens zijn ervaringen en vaststellingen in de dagelijkse klaspraktijk.Klasintern is er aandacht voor differentiatie: remediëring en extra aanbod (herhaling- of uitbreiding volgens de methode).
klasintern met hulp : o.a. begeleidings- en handelingsplan
Als klasinterne differentiatie onvoldoende blijkt wordt dit op een overleg (MDO) besproken. In het verslag van het MDO staat telkens een handelingsplan : wie doet wat en wanneer ?Een evaluatie van het handelingsplan wordt voorzien in een volgend MDO. Een handelingsplan kan gericht zijn op de leerstof, maar evenzeer op de socio-emotionele ontwikkeling van de leerlingen.De school heeft draaiboeken en begeleidingsplannen voor specifieke noden vb. voor dyslexie, ADHD, …
Zorgklas
Vanuit MDO wordt beslist welke kinderen extra individuele ondersteuning nodig hebben.De zorgleerkracht begeleidt sommige kinderen individueel of in kleine groepjes voor één of meerdere vakonderdelen.
Organisatie mediatheek en remediëring
De school organiseert wekelijks hoekenwerk voor de klassen van de lagere school. De GOK-leerkracht begeleidt de kinderen in de verschillende hoeken van de mediatheek.De mediatheek is zo georganiseerd dat de leerlingen zelfstandig in de hoeken aan de slag kunnen.
Tijdens het hoekenwerk krijgt het oefenen van vaardigheden heel wat kansen.Het hoekenwerk bestaat oa uit : een technohoek, een kookhoek, een luisterhoek, een spelotheek, een computerhoek, een natuurhoek, …
Kangoeroewerking
Vanaf schooljaar 2009-2010 startten we met een Kangoeroewerking voor onze snellerende leerlingen.
Waarom ?
Het welbevinden van alle leerlingen is van belang. Kinderen die onvoldoende aangepast aanbod krijgen hebben een zwakker welbevinden en voelen zich niet betrokken bij het schoolgebeuren.
Wat ?
Door verdiepende of alternatieve oefenpakketten aan te bieden kunnen leerlingen die snel leren tijdens de lessen hun tijd zinvol invullen. Het is aan te raden de inoefentijd bij deze leerlingen kort te houden als ze de leerstof beheersen. In de vrijgekomen tijd kunnen ze zelfstandig aan de slag.
Hoe?
De snellerende leerlingen komen één keer per week in de kangoeroeklas. Ze krijgen hun opgaven voor het zelfstandige werk van de volgende week en hun gemaakte werk wordt ingediend en verbeterd.Er wordt met de leerlingen besproken hoe ze de taken uitgevoerd hebben en wat het resultaat is (proces en productanalyse).Sommige van deze leerlingen krijgen in groepjes uitdagende opdrachten/ projecten. Ze leren samenwerken en krijgen input van elkaar.
Bij aanvang van deze kangoeroewerking richten we ons vooral op verdieping en uitbreiding van wiskunde
Voor wie ?
We spreken doelbewust van snellerende leerlingen omdat het IQ-cijfer niet allesbepalend is.Leerlingen met een vermoeden van snellerendheid worden doorgetest. Dat wil zeggen dat die leerlingen het LVS van wiskunde met zes maanden voorsprong maken. Scoren ze hier nog steeds zeer goed op, dan maken ze een LVS met één jaar voorsprong. Op die manier komen we te weten hoeveel voorsprong een leerling juist heeft en weten we of hij effectief snellerend is en welk aanbod passend is.
Rapportering
Het rapport wordt voor de kerstvakantie, de paasvakantie en het einde van het schooljaar aan de ouders bezorgd.Er is een wekelijkse rapportering via het agenda.
Op regelmatige tijdstippen controleert de leerkracht of de leerlingen de aangebrachte leerstof voldoende begrijpen en kunnen toepassen. Dit kan op verscheidene manieren gebeuren : via een toets, evaluatie van dagelijks werk, observatie, … Deze gegevens verzamelt de leerkracht in zijn evaluatiemap of –schrift. De gemaakte toetsen gaan mee naar huis: zo hebben de ouders zicht op de prestaties van hun kind.
Het rapport voorziet in een puntensysteem en een woordje uitleg.
Het eerste leerjaar heeft met het eerste Kerstrapport nog geen beoordeling met puntenscores wel een verbale beoordeling en een visueel voorgestelde appreciatie per vakonderdeel.
Zorgteam
Wie ?zorgcoördinator, directie, gokleerkrachten en zorgleerkrachten, brugfiguur, CLB-medewerker.Overleg ?Volgens de noden, maar minimaal één maal per maand.
Partners in zorg:
-CLB
-Brugfigurenproject Stad Oostende
Voor de periode van 2008 t.e.m.2013 werd een brugfiguur aan de school toegewezen.
Het brugfigurenproject is een project van de Dienst Jeugd en Onderwijs van Stad Oostende. De brugfiguur tracht de brug te maken tussen ouders, school en buurt.
-Externe partners volgens noden: therapeuten, artsen, vrijwilligers, …
-De Katrol/ Het verschil
-Kinfo (opvoedingswinkel)
- …
Schoolvisie op straffen en belonen
In een krachtige leeromgeving voelt een kind zich veilig. Gevoel van veiligheid is een basisbehoefte van mensen. Pas dan kan men tot ontplooiing komen.
Om het gevoel van veiligheid te creëren dringt een duidelijke en eerlijke structuur zich op. Duidelijke regels die door iedereen gekend zijn, zijn de basis van deze structuur.
De visie van de school is het zoveel mogelijk bekrachtigen van goed/ gewenst gedrag opdat straf zo weinig mogelijk nodig zou zijn. Maar soms is deze aanpak ontoereikend en is straffen noodzakelijk.
Straffen als opvoedingshandeling is het laten volgen van iets onaangenaams op het ongewenste gedrag van het kind, met als gevolg dat er kans bestaat dat dit gedrag in de toekomst minder voorkomt of helemaal verdwijnt.


